2005: niet meer alleen ‘die Romeinen’
Het wordt nog eens wat met het bedrijf’, dacht ik in 2005. Weer vier nieuwe collegae erbij maar enkele gingen ook weer hun eigen weg. Anne de Hingh – was het dit jaar of najaar van 2004? – begon voor zichzelf, en ging verder als schrijver. En ik denk dat het ook dit jaar was dat Everhard Bulten een prachtige kans kreeg om als projectleider Prehistorie in Den Haag te beginnen. Voor beiden gold Hazenberg Archeologie als een tussenstop waaraan zowel zijzelf als ik veel plezier beleefden.
Met het vertrek van Everhard verloren we ook onze kennis van de prehistorie. Deze leegte werd in 2005 gelukkig opgevuld door enerzijds Angela Simons en anderzijds door Rob Houkes en Lauren Bruning. Met de komst van Angela kreeg Hazenberg Archeologie te maken met nieuwe fenomenen. Angela werkte vooral vanuit huis en aan projecten waarop ikzelf maar moeilijk grip kon krijgen. Dit had, en heeft, regelmatig tot gevolg dat Angela en ik elkaar te weinig spraken en regelmatig misverstonden. Een probleem dat moeilijk op te lossen blijkt en pas in 2009 zou leiden tot een regulier “Maas”-overleg. Voor Angela bestond een troost, namelijk dat al vrij snel ook Piet van de Gaauw werd toegevoegd aan de vele Limburgse projecten die Angela voor ons binnenhaalde, en nog steeds haalt. Want dat is het tweede fenomeen dat Angela meebracht: Hazenberg Archeologie kon zijn werkgebied uitbreiden van Zuid-Holland, Utrecht en een beetje Gelderland naar Limburg. En niet zo’n beetje ook. Een groot deel van de Maaswerken leek wel door Angela en Piet te worden bestierd.
En dan Rob en Lauren. Hun komst naar Hazenberg Archeologie was het gevolg van onze bemoeienis met de uitwerking van Ypenburg Locatie-4. In opdracht van de gemeente Den Haag, de nieuwe eigenaar van vinexwijk Ypenburg, mochten wij de gemeente Rijswijk, de oude eigenaar, assisteren met de uitwerking van het spectaculaire onderzoek. Hans Koot had met zijn team eind jaren ’90 een prachtig grafveld uit het midden-neoliticum ontdekt en opgegraven. Wie is er niet op de open dagen geweest, en welke jonge – inmiddels ook al weer senior – archeoloog heeft er niet meegegraven? Met een grote inzet vanuit Hazenberg Archeologie hebben we een plan tot uitwerking opgezet en in samenwerking met de Rijswijkse dienst uitgevoerd. Hoewel dit niet altijd zonder slag of stoot ging – Hans zal zich toch wel eens geërgerd hebben aan mijn zevenmijlsstappen – heeft dit project geleid tot een prachtige wetenschappelijk publicatie. Rob had in het verleden aan Ypenburg gewerkt en Lauren had ook meegegraven en werkte in 2005 bij de dienst van Rijswijk aan de putrapporten van Ypenburg.Gedurende de uitwerking kwamen ze volledig in dienst van Hazenberg Archeologie.
Zo kreeg het bedrijf een wijder speelveld, niet meer alleen “die Romeinen” en ex-ROB/ADC-ers. Hazenberg Archeologie versterkte haar zware prehistorische poot in héél Nederland en was klaar voor haar eerste echte grote prehistorische succesreeks. Want de samenwerking met Den Haag, Ypenburg en Rijswijk bracht in 2009 het hoogtepunt met de boekpresentatie aangevuld met de permanente tentoonstelling in het Museon, de visualiseringen in Ypenburg zelf en een heuse kinderroman.
Een andere nieuwkomer was Michiel van Poelgeest, de zoon van een vriend uit Leiderdorp die vroeg of ik geen bijbaantje had. Ach, misschien wel. Michiel hielp ons naast zijn Europese studie met allerlei klussen: beamers, oud papier, boodschappen, printers, netwerk, opruimen, presentaties, auto’s. Het hele scala van klussen in een klein bedrijf. Maar ook steeds meer computerzaken en communicatie. Toen hij zijn studie had afgerond was hij zo ingeburgerd dat het logisch was dat hij voltijds in dienst kwam en vooral tot taak had om computerzaken af te handelen en te helpen bij de vele communicatieactiviteiten van Hazenberg Archeologie. De website werd zijn domein. Maar ook verzorgt hij de vormgeving van boeken en documenten. Niet meer weg te denken.
Naast de uitbreiding van het werkterrein van Hazenberg Archeologie in de prehistorie en het Maasgebied bleven oude speerpunten overeind. De onderzoeken in Medel bij Tiel beleefden hun hoogtepunt met de grote bronstijdopgravingen. Het waren indrukwekkende vlakopgravingen met prachtige huisplattegronden. Reeds aan het begin van het project in 2003 hebben we contact gehad met de Universiteit Leiden om te proberen Tiel-Medel centraal te stellen in een samenwerkingsprogramma. Helaas was de Universiteit niet geïnteresseerd. Daarmee blijft het moeilijk om Medel op een iets hoger plan te trekken. Een gemiste kans.
Een mijlpaal in de geschiedenis van het bedrijf was de publicatie en presentatie van het boek Romeinen in Valkenburg. In 2004 nam Hazenberg Archeologie deze opdracht over van Evert van Ginkel, omdat hij geen tijd had. Hij was volgens mij bezig met de prachtige boeken over Stellingwerf en Noord-Brabant. Maar nu terug naar Valkenburg (Z-H). Vanuit de Vereniging Oud Valkenburg was de vraag gekomen om een boek over hun Romeinen te schrijven. Er was een probleem: er was te weinig geld. Maar we hadden vertrouwen dat het wel goed ging komen. Wouter Vos en Anne de Hingh gingen aan de slag. Halverwege het werk bleek het geld toch een probleem te worden. Toen heb ik de beslissing genomen om toch door te gaan en zelf het risico te dragen. En terecht: want wat een prachtig boek is het geworden.

Romeinen in Valkenburg (ZH)
We kozen ervoor om Janny Schokker te vragen voor het ontwerp. Dat hebben we geweten: Rood, roze en gifgroen werden die Romeinen. Door de vormgeving van het boek en omdat het ook leesbaar, toegankelijk en hoogstaand was trad het meteen toe tot de canon van de Nederlandse archeologische literatuur. We merken nu nog steeds de grote vraag naar het boek, mede door dat het ingezet wordt bij het eerstejaars college aan de VU. Romeinen in Valkenburg maakte van Hazenberg Archeologie een klein uitgeverijtje.
Weer een ander bijzonder project was de publieksvoorlichting bij het project Vlaardingen Vergulde Hand. Het vorige jaar had ik nog een advies geschreven over het nut van de opgraving. Nu vroeg Tim de Ridder ons een heel zomerprogramma te organiseren: open dagen, de Archeologe Actueel en content leveren voor een website. Hiermee konden we onze ervaring uit Woerden inzetten op een andere locatie en in een nieuwe situatie. Ik denk dat dat goed gelukt is en we volgen de uitwerking van de opgraving nog steeds.
En Hans Siemons … Hij werkte voort aan de uitwerking van Den Haag Wateringseveld-Hoge Veld. Wat een werk!. Steeds meer bleek dat we dit met ons allen niet goed hadden ingeschat. En ook hier gold dat vanwege het feit dat Hans altijd in Den Haag werkte, het moeilijk was om elkaar op de hoogte te houden van elkaars welbevinden en de voortgang van het werk. Stukje bij beetje zouden we daar de komende jaren iets aan verbeteren. De echte oplossing ontstond pas toen Joris Lanzing Hans in Den Haag zou bijstaan. Maar achteraf bezien ben ik niet tevreden over mijn onopmerkzaamheid en trage acties. Zo gaan successen en groei vaak gepaard met onoplettendheid en fouten.



