Spring naar inhoud

2002: het échte begin

14 september 2010

In het begin 2002 reed ik regelmatig naar Alphen om de financiën voor het onderzoek naar het castellum te regelen en om de opgraving van de Nijmegenaren te volgen. Volgens mij was het nog de bedoeling dat ik de Archeologie Actueel, die in oerversie voor het publiek in Alphen is bedacht, nog tot het einde van de opgraving zou maken. Maar het project bleek een aflopende zaak, vanwege een verschil van inzicht tussen een aantal ingehuurde archeologen met een ROB/ADC-achtergrond, waaronder ik zelf dus, en de universiteit.

Ik heb het daar van de dissidenten het langst uitgehouden. Simpelweg omdat ik het geld nodig had, maar zeker ook omdat ik ervan overtuigd was dat onze ideeën tot betere resultaten zouden leiden. Al vroeg in het voorjaar eindigde de samenwerking. Ik herkende dezelfde machteloosheid als die ik bij het ADC had ervaren en begon in te zien dat sommige plaatsen gewoon niet geschikt voor mij waren. Op dat moment dacht ik dat het dan beter was weg te wezen dan te blijven, en vol te houden iets onmogelijks te bereiken. Zowel voor mij als voor anderen: het beste.

Voor het eerst werd de lol van een eigen bedrijfje zichtbaar. Ik kreeg mijn eigen werkzame leven onder controle. De afhankelijkheid van een leidinggevende ging over naar de afhankelijk van de vraag naar mijn kennis en kunde. En die had, en heb ik grotendeels zelf onder controle. Dus geen geklaag meer over anderen: alles wat mij overkomt, zowel het mooie als het moeilijke, dat komt door mij.  Die wetenschap zou de kern van de kracht van Hazenberg Archeologie gaan vormen.

Nog vaak reed ik met de  limes-boemel van Leiden langs Alphen, zonder er te uit te stappen. De weg voerde me naar Woerden.

Het moet in januari zijn geweest dat ik de kans kreeg om me in Woerden te presenteren. De grote opgravingen in het centrum stonden op het punt van losbarsten. Er was een organisator nodig. Met mijn ervaring bij de ROB, het ADC en het project in Alphen aan den Rijn dacht ik een kans te maken die rol te mogen vervullen.

Ik ontmoette Jan van Leer en deze kennismaking verliep goed. Ik mocht een offerte opstellen voor enkele voorbereidende werkzaamheden. En nog mooier, ze werd gegund en ik mocht beginnen aan een groot Romeins project! Op dat moment kon ik niet bevroeden welke mogelijkheden zouden ontstaan om alle aspecten van de archeologische monumentenzorg zo volledig en geïntegreerd  door te voeren. “Woerden” zal altijd een groot deel van de geschiedenis van Hazenberg Archeologie tekenen en nog regelmatig voorbijkomen in deze 10-jaar-herinneringen.

De eerste opgravingscampagne begon in juni van 2002. Voor die tijd hielp ik met het opstellen van het Programma van Eisen en de aanbesteding. Ook stelden Jan van Leer en ik een plan op waarin een compleet eindproduct werd geschetst onder de megalomane naam Totaalplan Archeologie Woerden Kerkplein. Vijf jaar later zouden we alles af hebben, en nog meer! Ik noem het graag het Succes van Woerden.

Van 2002 wil ik vooral de voorbeeldige samenwerking en het enthousiasme van alle betrokkenen en partijen memoreren: de archeologen, ambtenaren, amateurs, educatieve rondleiders en bewoners van Woerden. Het archeologische onderzoek was een groot feest. De resultaten waren nuttig maar niet spectaculair. Maar de Romeinse opgraving op het Kerkplein was een bindend element.

Toen de opgraving in Woerden zijn volle omvang bereikte kwam ging de telefoon. Vera XX van het projectbureau Medel (bij Tiel) belde me. Ze had mijn naam gekregen van Erik Graafstal en vroeg me een plan op te stellen voor het ontwikkelen van een archeologische vindplaats / bedrijventerrein. Natuurlijk kon ik dat en begon ik het zowaar druk te krijgen. Te druk zelfs.

Ik probeerde vergaderingen aansluitend in Woerden en Tiel te plannen. Maar dat lukte maar zelden. Daarbij werd Medel groter dan ik aanvankelijk dacht. Veel prachtige archeologie in een groot gebied, letterlijk in de schaduw van de Betuweroute. In juni belde ik Esther Vriens met de vraag of iemand mij kon helpen. Enkele dagen later ging de bel: Monica Dütting. Een leuk mens, archeoloog van het IPP, ervaring in de Betuweroute en al weer enkele jaren een baan bij een verzekeringsmaatschappij. Ze wilde wel weer terug naar de archeologie. Het werd een leuk gesprek en ik zag het wel zitten. Zij vroeg even bedenktijd, maar twee weken later was ze begonnen. Eerst nog via Vriens, een half jaar later in vaste dienst. Zo werd Monica Mrs. Medel en verloor mijn bedrijfje de vrijblijvendheid van een eenmanszaak. De keuze voor Monica is zeer goed uitgevallen, voor mij, voor het bedrijf en voor haar (dat laatste maak ik gemakshalve op uit het feit dat Monica nog steeds een centrale positie in het bedrijf inneemt).

Het begon druk te worden op de burelen van het jonge huiskamer-kantoor aan de Prins Hendrikstraat. Monica en ik zaten regelmatig samen aan onze bureau’s. Het feit dat het kantoor ’s avonds ook diende als mijn huiskamer en ik boven woonde leidde al snel tot hilarische situaties. Na twee weken kwam ik tot de conclusie dat kantoor buitenshuis een aanrader was. Via Evert van Ginkel hoorde ik dat naast hem een kantoor vrijkwam en weer twee weken later stond een groot aantal vrienden en mijn vader de Middelstegracht 89r te witten. Op 3 augustus zijn verhuisden we en zaten Monica en ik als twee directeuren in een prachtig kantoor. Volgens mij kregen we in die maanden ook een netwerk (door een bevriende compu-kid) in elkaar gezet,  dat tot op heden nog steeds draait.

De rest van het jaar leek wel een droom. ArcheoMedia zocht een senior-archeoloog en Everhard Bulten stapte over van ADC naar Hazenberg Archeologie. Dit kwam prachtig samen. Hans Siemons, mijn oude vriend met wie ik de opgravingen van Roomburg beleefde, vond het na zijn jaren bij de ACVU leuk om bij mij te komen werken. Eigenlijk een oude droom om samen mooie archeologie te maken. Tegelijkertijd vroeg Corien Bakker van Den Haag of ik niet mee wilde denken over de uitwerking van de opgravingen van het Wateringseveld. Hans is er tot de dag van vandaag bijna onafgebroken mee bezig.

In 2002 was het me gelukt. Hazenberg Archeologie Leiden bestond en had een toekomst. Veel drukte, veel spannende avonturen, bijna alles wat we deden kon ik voor het eerst op een eigen manier uitvoeren. Zowel in Woerden als Medel ontpopte zich een eigen visie op archeologie.

Het eigen bedrijf bracht veel spanning met zich mee, maar ook mogelijkheden. Zo vond ik elke week tijd om met mijn vader te zeilen en nog even samen met mijn moeder te eten. En natuurlijk brak met Selma een prachtig leven aan.

Eén reactie laat een →
  1. Richard Verstegen permalink
    22 september 2010 11:25

    De opgravingen in Woerden, dat waren nog eens tijden. ‘In de put zitten’ is daarvoor en daarna nooit meer zo leuk geweest. Louter goede herinneringen.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.