Spring naar inhoud

2001: een nieuw begin

17 augustus 2010

Met deze retrospectieve weblog blik ik terug op een decennium Hazenberg Archeologie. Zie het als de kleine memoires van Tom Hazenberg. Elke maand behandel ik een jaar uit de geschiedenis. Deze maand: 2001, een nieuw begin.

Op de klantendag die we in juli in Wijchen organiseerden, vroeg iemand mij of tien jaar Hazenberg Archeologie voorbij was gevlogen. Ik ontkende dat toen. En denk ik er nog zo over. Elk jaar had zijn eigen kenmerken: een bijzonder spektakel, een prachtige ontdekking, kleine drama’s. Alle tien de jaren waren dus volle en lange jaren die niet voorbij vlogen…

Eigenlijk begint het verhaal in december 2000. Aan mijn oude vriend Hans Bouwer vraag ik of ik het moet aandurven een eigen bedrijfje te beginnen. “Wat kan er nu eigenlijk gebeuren?”  zei hij, “Als het mislukt begin je toch gewoon opnieuw? “En daarbij zal het vast en zeker wel lukken.” Met de moed der wanhoop en gesterkt door zijn woorden, deed ik de ontslagbrief aan het ADC op de bus. Erop of eronder!

Het werd een hoopvolle kerst. Met mijn vader de spaarrekeningen verzilverd, een erfenisje van Tante Audie ingezet, de laatste beleggingsrekening geliquideerd. Tot aan de zomer moest ik het kunnen redden. Als eerste inschrijven bij de kamer van koophandel en met een groot enthousiasme zette ik de huiskamer vol met bureau’s, een mooie stoel en een NEC-laptopje. Laat nu de klanten maar komen!

Het voorjaar gebruikte ik om door Nederland te trekken en bekend te maken dat ik in te huren was. Vele bezoeken legde ik af. Ik ondervond echter een bekend fenomeen: je denkt dat je reeds allerlei prestaties hebt geleverd, maar de omgeving ziet jou toch als medewerker van een grotere instantie. Je individuele vaardigheden spelen nauwelijks een rol. Dus werd het een lang en karig voorjaar. Geen opdrachten. En ook geen uitzicht op werk.

Ja, één klus kreeg ik. Voor TGV Teksten en presentatie kon ik overal langs de Noordzeekust PlanArch informatiepanelen bezorgen. Den Haag, België, Noord-Frankrijk. Zelfs tot in Zuid-Engeland. Met mijn vader heb ik deze tocht met veel plezier volbracht. Maar toen viel het weer droog.

Het bleef zo rustig dat ik vanaf de zomer mee hielp in Café de Bontekoe ter vervanging van de eigenaar, die vanwege een ongeluk niet kon werken. Dat hielp me wel de zomer door. Maar financiëel werd de situatie hachelijk. Ik herinner me nog een rekensessie met mijn vader waarbij we de poging om het bedrijf op te starten nog konden rekken tot in november, maar dan moet er toch echt wel werk zijn.

Na de zomer kwam – wat later bleek – de verlossende opdracht. Ik mocht de Radboud Universiteit helpen met de financiële administratie en de publieksvoorlichting van hun opgraving in Alphen aan den Rijn naar het Romeinse castellum. De reden voor het feit dat ik werd ingehuurd was echter een trieste, namelijk het onverwachts overlijden van Jan Kees Haalebos. Dat zal ik niet vergeten.

Eindelijk kon ik dan zelfstandig mijn archeologische ervaring inzetten en daarmee ook mijn eigen naam opbouwen. Het eerste jaar kon ik goed doorkomen. De berekeningen die ik met mijn vader had konden de prullenbak in (niet gedaan, ze zitten nu nog in de bankmap van het bedrijf, ter herinnering). Hazenberg Archeologie Leiden was een feit. En het werk in Alphen aan de Rijn bood mij een goede introductie bij Jan van Leer in Woerden…

Disclaimer. Deze retrospectieve weblog bevat herinneringen. Elke gelijkenis met de werkelijkheid berust op zuiver toeval. Aan deze weblog kunnen geen rechten worden ontleend

Reacties zijn gesloten.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.