Spring naar inhoud

2007: ze komen van overal!

12 mei 2011

Ineens was hij er: Peter Jongste

Hoe het precies gebeurde weet ik niet meer, maar ineens werkte Peter Jongste bij ons. Wat een aanwinst. En het was zijn bedoeling om zich met gemeentelijk archeologiebeleid bezig te houden. ’s Een keer wat anders dan projectleiding, offertes en  planningen. Bij Hazenberg Archeologie zag hij die kans. Om eerlijk te zijn liep het voor hem anders, vanaf dag 1 heeft hij zich gestort op alle projecten: begrotingen, offertes, planningen, projectoverzichten, alles wat hij achter zich had willen laten. En het vervelende voor hem was dat hij zichzelf onvervangbaar had gemaakt. Wat een werk heeft hij verzet voor het bedrijf. En ook was hij een stimulans voor kwaliteitsverbetering. En hij blijft maar die rol spelen ook al is hij naast zijn functie bij Hazenberg Archeologie ook nog oprichter en fractievoorzitter van Ons Voorschoten, de grootste partij van deze gemeente. Vooraf bezien zou ik Peter en mij niet zien als een gedroomde combinatie maar niets bleek minder waar. We zitten samen al weer vier jaar aan dezelfde tafel en regelen een hoop zaken tussen andere gespreksonderwerpen zoals U2 en Feijenoord.

Alle medewerkers anno 2007

Sake Jager werkte dit jaar ook bij ons. Met hem exploreerde ik een hoop ideeën die hij had opgedaan in zijn lange carriere bij de ROB. Dat document kijk ik nog steeds wel eens in. De Veluwe, de Drentse Aa, Trechterbekercultuur, Archeologische Reisgids en nog enkele minder uitgewerkte plannen. En we hebben deze ideeën werkelijk met veel inzet proberen te verwezenlijken. En eigenlijk zonder succes. Alleen Sake’s hoofstuk van de Drentse Aa-publicatie, die we samen met de ROB maakten is goed

afgekomen. Helaas is de rest van het werk nog niet af en het boek nog niet uitgekomen. Maar de overige ideeën heeft Sake in Hazenberg Archeologietijd niet kunnen verwezenlijken. Het verst kwamen we met een prachtig congres over de Archeologie van de Veluwe. Een heel mooie bijeenkomst op een  fijne plek met prachtig weer. En natuurlijk was de dag heel succesvol onder andere door geldelijke bijdragen van een tiental gemeenten. Maar vooral door een zware personele en financiële inzet van Hazenberg Archeologie. Pas dit jaar hebben we ons werk kunnen voortzetten met de Kennisagenda Archeologie van de Veluwe. Een ander plan van Sake achtervolgt ons nu nog maar daarover later meer. Sake zag bij ons niet meer veel mogelijkheden en heeft zijn plek gevonden bij RAAP. Tot mijn vreugde zag ik dat hij zijn gedroomde boek over de Veluwe toch heeft kunnen maken.

Ook Arno Borsboom kwam in 2007 ons bedrijf versterken. Ik was hem tegengekomen op de bijeenkomst van de presentatie RAAP 1000, waaraan hij had meegeschreven. Hij was nog niet binnen of hij kon aan de slag om Ruurd Kok te versterken in de provincie Utrecht. ik geloof ter vervanging van Monica Dütting. Boeiend was het onderzoek dat we samen deden naar de ondergrenzen van provinciale projecten. Dit onderzoek leverde schokkende resultaten op: als de ondergrens voor vrijstelling van ruimtelijke plannen op 1 ha zou zijn gelegd dan zouden in de jaren slechts één mogelijke (!) vindplaats verloren zijn gegaan. Toch zijn ongeveer 80 onderzoeken uitgevoerd, zonder behoudenswaardige archeologie aan te treffen. Helaas heeft dit rapport niet de aandacht gekregen die het verdiende. Het komende jaar gaan we er zelf mee de boer op.

Is dit ook het jaar dat Ester van der Linden en andere Esther (Mietes) aan de slag gaan bij ons? Ik denk het wel. Ester voor het aardewerk (en zij zou ook haar klus als gemeentelijk archeoloog in Wijchen meenemen). En Esther (met “h”) kende ik nog van de opgravingen in Roomburg. Daar was zij stagiair. Zij bleek zich te hebben ontwikkeld tot talentvol adviseur. Ook weer een goede aanvulling voor het bedrijf. Als ik zo naar het personeel kijk dan zie ik een zeer verspreide herkomst, Leiden, limes, VU, UvA, KUN en IPL, Duitsland. Een bonte mengeling.

En verder? Woerden kreeg een gemeentearcheoloog in de persoon van onze Hester van den Ende, een nominatie van voor de Vexpan Parkeergarageprijs en de eerste plaats bij de Ym van der Werffprijs. Hans Siemons had het eerste concept af van zijn opus magnum, Wateringseveld – Hogeveld; het laatste veldwerk in Medel heeft plaatsgevonden en de onderzoeken in de Zandmaas (Lomm) en de Grensmaas beginnen juist. De Archeologische Monumentenkaart van Zuid-Holland wordt gepresenteerd. Ik begin zelf in Utrecht bij POS (Stationsgebied), wat Lauren Bruning al snel overneemt. En in Zeeland neemt Rob Houkes de collectie van het KZGW onder handen op voorspraak van Leendert Louwe Kooijmans. Ook het eerste bureauonderzoek voor Locatie-Valkenburg ziet het licht. Daar zullen we wel meer van horen.

Rob en Guus in het depot in Zeeland

2006: het eerste lustrum

12 mei 2011

Het eerste lustrum voor Hazenberg Archeologie: wintersport in Winterberg met de collegae en  de Leidsche Lunch voor archeologen markeerden deze viering. Beide evenementen waren zeer geslaagd (en ik schrijf dit onderweg naar de Winterberg, waar we met 22 collegae het tweede lustrum vieren!). Het bedrijf verdient het en verdiende het toen ook al. Het was gelukt om een gezellig en serieus bedrijf te zijn. En het werd nog gezelliger. Want vanwege het eerste lustrum wilde ik  ook een leuk muziekfeestje. Ooit hadden we al Woodstock gehad, het festival bij de opgravingen in Houten rond het jaar 2000. Nu weer een leuk feest onder de naam ArcheoRock. In de Pelibar, een studentenkelder onder een studentenflat in Leiden. Van 16 tot 19 uur was gepland. Dat werd wel wat later en het werd heel druk. En wie speelden er ook al weer? Ik kan me nog herinneren dat een oude IPL-band was opgetuigd: de Wil Roebroeks Bluesband, zonder Wil wel te verstaan. En het was denk ik het laatste optreden van FC Opgejaagd aangevuld met Evert van Ginkel. Ook was er nog een vrolijke hardrockband, de naam schiet me nu even niet te binnen.

Winterberg 2006

Ik was al tijden lang enthousiast lid van de VOIA en sinds het vorig jaar ook haar vertegenwoordiger in de CCvD, Centraal College van Deskundigen. Dat lijkt heel chique maar is vooral nodig om in een nieuwe markt  met de samenwerkende partijen werkafspraken te laten maken. De partijen zijn archeologische bedrijven, overheden en klanten. In een  advieserende rol universiteiten, NVvA en het Rijk. Een  prachtig polderformule en in principe heel nuttig. Alleen erg slecht georganiseerd en daarbij ergerde ik me vaak aan de laffe houding van velen om de eisen aan archeologen erg hoog te stellen. Altijd maar bang voor de kwaliteit. En bang voor nieuwkomers. En hoewel het onderwerp kwaliteitsborging mij nu niet op het lijf geschreven is, vond ik het leuk om als vertegenwoordiger van de bedrijven afspraken te maken met de andere partijen. In 2009 heb ik uiteindelijk afscheid genomen. Veel leden van de CCvD zullen stil hebben gejuicht vanwege mijn felle, ondiplomatieke houding. Met deze jaren CCvD had ik genoeg gekregen van bestuurlijke zaken en tegelijkertijd mijn lidmaatschap van de VOiA verwaarloosd. Tot mijn spijt. Dat moet ik toch maar weer eens oppakken.

In 2006 ontwikkelde het project  van de Archeologisch Monumentenkaart Zuid-Holland zich tot een hoogtepunt met veel medewerkers die gegevens invoerden. Ik herinner me drukte met Huib Jan van Oort, sinds 2005 in dienst, Liselotte Takken en Corné van Woerdekom (hij kwam enkele maanden geregeld langs). En liet Guus Besuijen zich niet voor het eerst zien? En nóg een student. Die wilde ook wel komen werken. Dat leek best te kunnen als hij eerst zijn studie maar afmaakte. “Over een paar weken  ben ik klaar” was het verhaal. Weken werden maanden. Ik heb hem nooit meer terug gezien. Vervelend voor hem maar ik wil vast blijven houden aan het principe dat archeologen eerst moeten afstuderen voordat aan het werk gaan.

Liselotte, specialist archeozoölogie en vroege prehistorie/paleontologie, bleek erg handig met Acces. Die maakte alle databases die je maar wenste. Zo bracht ze de grote database voor Zuid-Holland tot stand, echt indrukwekkend. En ze maakte de bibliotheekdatabase, zowel ontwerp als ook  een groot deel van de invoer. Want een van de grote pronkstukken van Hazenberg Archeologie is de prachtige bibliotheek, duizenden titels, allemaal ingevoerd. In die jaren kocht ik veel boeken, veelal aangeboden door René Halos. Daaronder was de halve collectie van Simon Wynia, die deze aan het afstoten was. Bijzonder was aanschaf van de Brunsting (grafveld Hees) van Brunsting zelf. Enkele jaren later, na het overlijden van Trimpe Burger, namen wij ook diens archeologische collectie over, waaronder veel boeken die hij weer van Van Giffen had gekocht. Truus en Jan Trimpe Burger konden zich dat nog goed herinneren omdat dat destijds een rib uit hun lijf was. Heden ten dage beschermen wij de boeken in een brandvrije kast en maakt Ester van der Linden er nog grif gebruik van.

De jaarlijkse 3-oktober stadswandeling

En dan liep in 2006 ook Karen Jeneson rond, die hielp met allerlei klussen, vooral in Woerden. Ze was betrokken bij de totstandkoming van de Castellumgarage.  Als je in Woerden de Romeinen Strip bekijkt kan je haar tekenwerk nog bewonderen.  Zij  was ook nog de oorzaak van een vervelende ruzie die ik had met Archeowerk. Een van de weinige kwesties die ik heb ervaren gedurende de afgelopen tien jaar. En  uiteindelijk kwam ook dat weer goed. Gelukkig maar.

Zo terugkijkend was 2006 een stormachtig jaar. Wat een hoop nieuwe gezichten. Dat dat goed is gegaan, dat kan ik me niet voorstellen. Maar mij staan toch weinig grote ruzies bij. En vooral veel lol en spanning. Dat is leuk en waardevol maar behoeft ook verzorging. Hoe zal dat lopen, richting het volgende lustrum?

2005: niet meer alleen ‘die Romeinen’

18 maart 2011

Het wordt nog eens wat met het bedrijf’, dacht ik in 2005. Weer vier nieuwe collegae erbij maar enkele gingen ook weer hun eigen weg. Anne de Hingh – was het dit jaar of najaar van 2004? – begon voor zichzelf, en ging verder als schrijver. En ik denk dat het ook dit jaar was dat Everhard Bulten een prachtige kans kreeg om als projectleider Prehistorie in Den Haag te beginnen. Voor beiden gold Hazenberg Archeologie als een tussenstop waaraan zowel zijzelf als ik veel plezier beleefden.

Een mooie en getalenteerde club archeologen, Lauren en Rob ontbreken nog op de foto.

Met het vertrek van Everhard verloren we ook onze kennis van de prehistorie. Deze leegte werd in 2005 gelukkig opgevuld door enerzijds Angela Simons en anderzijds door Rob Houkes en Lauren Bruning. Met de komst van Angela kreeg Hazenberg Archeologie te maken met nieuwe fenomenen. Angela werkte vooral vanuit huis en aan projecten waarop ikzelf maar moeilijk grip kon krijgen. Dit had, en heeft, regelmatig tot gevolg dat Angela en ik elkaar te weinig spraken en regelmatig misverstonden. Een probleem dat moeilijk op te lossen blijkt en pas in  2009 zou leiden tot een regulier “Maas”-overleg. Voor Angela bestond een troost, namelijk dat al vrij snel ook Piet van de Gaauw werd toegevoegd aan de vele Limburgse projecten die Angela voor ons binnenhaalde, en nog steeds haalt. Want dat is het tweede fenomeen dat Angela meebracht: Hazenberg Archeologie kon zijn werkgebied uitbreiden van Zuid-Holland, Utrecht en een beetje Gelderland naar Limburg. En niet zo’n beetje ook. Een groot deel van de Maaswerken leek wel door Angela en Piet te worden bestierd.

Tom vertrekt naar Limburg

En dan Rob en Lauren. Hun komst naar Hazenberg Archeologie was het gevolg van onze bemoeienis met de uitwerking van Ypenburg Locatie-4. In opdracht van de gemeente Den Haag, de nieuwe eigenaar van vinexwijk Ypenburg, mochten wij de gemeente  Rijswijk, de oude eigenaar, assisteren met de uitwerking van het spectaculaire onderzoek. Hans Koot had met zijn team eind jaren ’90 een prachtig grafveld uit het midden-neoliticum ontdekt en opgegraven. Wie is er niet op de open dagen geweest, en welke jonge – inmiddels ook al weer senior – archeoloog heeft er niet meegegraven? Met een grote inzet vanuit Hazenberg Archeologie hebben we een plan tot uitwerking opgezet en in samenwerking met de Rijswijkse dienst uitgevoerd. Hoewel dit niet altijd zonder slag of stoot ging – Hans zal zich toch wel eens geërgerd hebben aan mijn zevenmijlsstappen – heeft dit project geleid tot een prachtige wetenschappelijk publicatie. Rob had in het verleden aan Ypenburg gewerkt en Lauren had ook meegegraven en werkte in 2005 bij de dienst van Rijswijk aan de putrapporten van Ypenburg.Gedurende de uitwerking kwamen ze volledig in dienst van Hazenberg Archeologie.

Zo kreeg het bedrijf een wijder speelveld, niet meer alleen “die Romeinen” en ex-ROB/ADC-ers. Hazenberg Archeologie versterkte haar zware prehistorische poot in héél Nederland en was klaar voor haar eerste echte grote prehistorische succesreeks. Want de samenwerking met Den Haag, Ypenburg en Rijswijk bracht in 2009 het hoogtepunt met de boekpresentatie aangevuld met de permanente tentoonstelling in het Museon, de visualiseringen in Ypenburg zelf en een heuse kinderroman.

Een andere nieuwkomer was Michiel van Poelgeest, de zoon van een vriend uit Leiderdorp die vroeg of ik geen bijbaantje had. Ach, misschien wel. Michiel hielp ons naast zijn Europese studie met allerlei klussen: beamers, oud papier, boodschappen, printers, netwerk, opruimen, presentaties, auto’s. Het hele scala van klussen in een klein bedrijf. Maar ook steeds meer computerzaken en communicatie. Toen hij zijn studie had afgerond was hij zo ingeburgerd dat het logisch was dat hij voltijds in dienst kwam en vooral tot taak had om computerzaken af te handelen en te helpen bij de vele communicatieactiviteiten van Hazenberg Archeologie. De website werd zijn domein. Maar ook verzorgt hij de vormgeving van boeken en documenten. Niet meer weg te denken.

Naast de uitbreiding van het werkterrein van Hazenberg Archeologie in de prehistorie en het Maasgebied bleven oude speerpunten overeind. De onderzoeken in Medel bij Tiel beleefden hun hoogtepunt met de grote bronstijdopgravingen. Het waren indrukwekkende vlakopgravingen met prachtige huisplattegronden. Reeds aan het begin van het project in 2003 hebben we contact gehad met de Universiteit Leiden om te proberen Tiel-Medel centraal te stellen in een samenwerkingsprogramma. Helaas was de Universiteit niet geïnteresseerd. Daarmee blijft het moeilijk om Medel op een iets hoger plan te trekken. Een gemiste kans.

Een open dag op de opgravingen in Medel

Een mijlpaal in de geschiedenis van het bedrijf was de publicatie en presentatie van het boek Romeinen in Valkenburg. In 2004 nam Hazenberg Archeologie deze opdracht over van Evert van Ginkel, omdat hij geen tijd had. Hij was volgens mij bezig met de prachtige boeken over Stellingwerf en Noord-Brabant. Maar nu terug naar Valkenburg (Z-H). Vanuit de Vereniging Oud Valkenburg was de vraag gekomen om  een boek over hun Romeinen te schrijven. Er was een probleem: er was te weinig geld. Maar we hadden vertrouwen dat het wel goed ging komen. Wouter Vos en Anne de Hingh gingen aan de slag. Halverwege het werk bleek het geld toch een probleem te worden. Toen  heb ik de beslissing genomen om toch door te gaan en zelf het risico te dragen. En terecht: want wat een prachtig boek is het geworden.

Romeinen in Valkenburg (ZH)

We kozen ervoor om Janny Schokker te vragen voor het ontwerp. Dat hebben we geweten: Rood, roze en gifgroen werden die Romeinen. Door de vormgeving van het boek en omdat het ook leesbaar, toegankelijk en hoogstaand was trad het meteen toe tot de canon van de Nederlandse archeologische literatuur. We merken nu nog steeds de grote vraag naar het boek, mede door dat het ingezet wordt bij het eerstejaars college aan de VU. Romeinen in Valkenburg maakte van Hazenberg Archeologie een klein uitgeverijtje.

Weer een ander bijzonder project was de publieksvoorlichting bij het project Vlaardingen Vergulde Hand. Het vorige jaar had ik nog een advies geschreven  over het nut van de opgraving. Nu vroeg Tim de Ridder ons een heel zomerprogramma te organiseren: open dagen, de Archeologe Actueel en content leveren voor een website. Hiermee konden we onze ervaring uit Woerden inzetten op een  andere locatie en in een nieuwe situatie. Ik denk dat dat goed gelukt is en we volgen de uitwerking van de opgraving nog steeds.

En Hans Siemons … Hij werkte voort aan de uitwerking van Den Haag Wateringseveld-Hoge Veld. Wat een werk!. Steeds meer bleek dat we dit met ons allen niet goed hadden ingeschat. En ook hier gold dat vanwege het feit dat  Hans altijd in Den Haag werkte, het moeilijk was om elkaar op de hoogte te houden van elkaars welbevinden en de voortgang van het werk. Stukje bij beetje zouden we daar de komende jaren iets aan verbeteren. De echte oplossing ontstond pas toen Joris Lanzing Hans in Den Haag zou bijstaan. Maar achteraf bezien ben ik niet tevreden over mijn onopmerkzaamheid en trage acties. Zo gaan successen en groei vaak gepaard met onoplettendheid en fouten.

2004: werelden komen samen

12 januari 2011

Dit jaar begint mijn bedrijf een vorm aan te nemen die tot op heden herkenbaar is. De golf medewerkers van het eerste uur bereikt Hazenberg Archeologie: Hester van den Ende, Joris Lanzing en Sonja Jansen. Hazenberg Archeologie wordt daarmee een combinatie van nieuwe collegae die door Hazenberg Archeologie bijeen komen, en een groot deel van mijn oude Romeinse vriendenclub. Zo kwamen voor mij twee werelden samen. Over het algemeen is dat goed gegaan, soms botste er wel het een en ander.

Personeelsdag gecombineerd met pensioenvoorlichting in Groenlo

Als eerste meldde zich Hester van den Ende om archeologische assistentie te verlenen en te helpen met allerlei digitale werkzaamheden. Ik herinner me haar bijdragen aan de Archeologie Actueel Woerden Kerkplein, het maken van kaartmateriaal en het uitvoeren van allerlei bureauonderzoeken. Later zou zij in grotere projecten meedraaien, zoals in Ypenburg en de AMK Zuid-Holland (zie onder). Ook paste zij in de kern van het jonge bedrijfje. De discussies tussen Hester en mij door de jaren heen logen er niet om. Vaak waren verschillende verwachtingen hiervan de oorzaak. Soms voelde ik me echt een oude kerel maar steeds kwam het goed en nu, na al die jaren, begrijpen we elkaar helemaal en hoop ik dat zij zich na een lange tijd detachering weer op het Leidse honk meldt.

En dan Sonja Jansen. Zij versterkte ons team als telefoniste/secretaresse. Onze eerste echte overhead-functie. Inmiddels is zij bepalend voor de sfeer in binnen het bedrijf. En vele klanten en collega-archeologen kennen haar als de stem van Hazenberg Archeologie. Dagelijks vinden vele collegae bij haar rust in hun drukke leven.

In 2004 komt ook wel een eerste financiële tegenvaller. De zorg voor een goede pensioenregeling bleek een zeer langdurig proces, waardoor onverwacht een grote pensioenschuld was ontstaan. En dat terwijl we als groeiende club ook hier en daar wel met een groeiende overhead werden geconfronteerd. We troffen maatregelen om de premies versneld te betalen. Binnen een jaar hadden we de boel weer op orde. Dat waren de laatste schulden van Hazenberg Archeologie. Nadat de eerste jaren soepel en bijna zorgeloos waren geweest besefte ik nu – ik wist het van tevoren wel natuurlijk – dat een eigen bedrijf toch ook wel zorgen met zich mee brengt. Juist in deze momenten kon ik terugvallen op de rijke ervaring van Hans Bouwer, mijn vriend en accountant. Elk bedrijf kent zijn moeilijke momenten. En hij zag die momenten al 40 jaar komen en (soms) gaan.

Inmiddels waren de onderzoeken in Tiel-Medel tot volle bloei gekomen: grootschalige Bronstijd-opgravingen van ARC en Archol. Monica Dütting had er haar handen vol aan. Zij had het ook druk met een tijdelijke vervanging van de leiding over de ARC-vestiging in Geldermalsen. Een lange tijd zijn daardoor de contacten met het ARC, met name Jan Schoneveld en Cuno Koopstra, intensief geweest.

In Woerden waren de grootschalige opgraving afgelopen maar zouden juist rommelige jaren aanbreken. Met name veroorzaakt door de geplande bouwactiviteiten binnen het toekomstige monument. Het castellum zelf hadden we gemeden zodat het kon worden beschermd. Vooraf was echter wel overeengekomen dat op sommige locaties kon worden gebouwd met archeologie-vriendelijke maatregelen. Een zeer complex verhaal, maar door de onhandigheid van de projectontwikkelaar, mijn onervarenheid in deze materie en de starheid van de Rijksdienst, leidde dit tot wanstaltige AMZ- activiteiten.
Op enig moment moesten we een PvE schrijven van 25 kantjes dik voor een sloopbegeleiding. Voor een buitenstaander niet te begrijpen. En het schokkende was dat we in die dagen ook het PvE voor de eerste opgravingen op Forum Hadriani zagen: 2 kantjes!!! Dit heeft tot zoveel irritatie tussen de gemeente en de ROB geleid totdat op enig moment Wethouder Groenwegen in de regionale pers zei dat Woerden wel genoeg had gedaan en zich niet meer liet koeieneren door het rijk. Het liep met een sisser af maar het succes van Woerden heeft de partijen lange tijd niet écht bijeengebracht.

Joris Lanzing begon zijn werk bij ons volgens mij met de Zuidwestelijke Randweg ten zuiden van Gouda. Dat project beleeft inmiddels zijn 7e verjaardag en is daarmee het langst durende project van het bedrijf. En dat terwijl het een klein projectje betreft. Vorige week hoorde ik Joris weer beweren dat het veldwerk nu binnenkort echt gaat beginnen. Ja, ja, Joris …

Van groot belang voor de ontwikkeling van het bedrijf zou de actualisering van de Provinciale Archeologisch Monumentenkaart Zuid Holland worden. Het was bijzonder om dit project mogen doen, want de totstandkoming van de eerste AMK uit 1994 vormde mijn eerste schreden in de professionele archeologie. Onder leiding van Wilfried Hessing en met onder anderen Rien Polak ontwierpen we de eerste AMK van Nederland die overal navolging zou krijgen. Nu na 10 jaar mocht mijn bedrijf deze kaart actualiseren. Een enorme klus, waarvoor we een heel team moesten samenstellen. Dit betekende dat het bedrijf een nieuwe fase inging. Naast grotendeels seniors groeide het contingent junioren/medioren waardoor enige vorm van hiërarchie begon te ontstaan.

Tenslotte herinner ik me nog de laatste dagen voor de Kerst. Misschien was het wel tussen Kerst en oudjaar. Nog even een bureauonderzoekje voor een kerel uit Warmond. En in dat bureauonderzoekje had ik zelfs genoeg reden gevonden om van vervolgonderzoek af te zien. Toch een fijn advies voor een klant. Maar van dankbaarheid was geen  sprake. De factuur van € 975 is nooit betaald. Ik ben er nog een keer langs geweest en heb dikwijls gebeld. Geen contact. Drukte om de leuke zaken zorgden ervoor dat ik er geen verder werk van heb gemaakt. Ik heb er toch een beetje spijt van. Ik vertel dit verhaal  omdat het we in de gelukkige situatie zitten dat voor het overige alle rekeningen wel zijn betaald. We hebben alleen maar betrouwbare klanten. Dat is toch een zegen!

2003: Romeins spektakel en weerzien met vrienden

3 december 2010

Het jaar waarin een Romeins schip voor veel spektakel zorgde. Maar daar was in het begin nog geen sprake van. De eerste maanden werd duidelijk dat Medel een heel bijzonder project was en veel energie zou vergen. Medel is een bedrijvenpark bij Tiel waar prachtige archeologie mogelijk was. Veel Bronstijd en Romeinse Tijd in een weids landschap met de Betuweroute op een steenworp afstand. Vreemd genoeg was de archeologie buiten het bestemmingsplan gehouden. Dat betekende dat Monica en ik zelf een archeologieprogramma konden bedenken. Vanwege het ontbreken van een verplichting wilde het bestuur – volledig te begrijpen – niet de hoofdprijs betalen voor de opgravingen. Aan ons dus de taak om keuzes te maken die toch zinnige resultaten opleverde. Ik vermoed dat hier de kiem is gelegd voor een aanpak die in 2011 mogelijk tot volle bloei zal komen. Over Medel volgend jaar meer.

Monica Dütting en Everhard Bulten op het kantoor van Hazenberg Archeologie. Op de achtergrond: Gordon

We beleefden in die tijd veel avonturen met de inzet van Everhard Bulten bij ArcheoMedia. Daar werkte hij sinds een half jaar als senior. Hoewel we hoopvol begonnen aan de klus begonnen, bleken onze bedrijven toch geen gelukkige combinatie. Mijn bedrijf kwam uit de oude archeologie (ROB, universiteiten, studentikoos) en ArcheoMedia was een vertegenwoordiger van de ‘nieuwe archeologie’ en het initiatief van milieukundig adviesbureau Arnicon, dat mogelijkheden zag in de privatisering van de archeologie. Na negen maanden bood onze inbreng te weinig en bood het avontuur voor Everhard te weinig bevrediging. ArcheoMedia en Hazenberg Archeologie gingen uit elkaar. En toch had het een aantal zaken opgeleverd: negen maanden werk voor ons en een senior voor Archeomedia, veel levenswijsheid voor de partners en vooral een leerzame tussenstop voor Everhard met positieve gevolgen. Inmiddels is hij al weer oudgediende bij de gemeente Den Haag als projectleider Prehistorie.

En dan toch: de Woerden 7. Een hele fijne ontdekking. En dat terwijl juist ik met grote stelligheid in AD/Het groene hart had verkondigd dat we met zekerheid GEEN schip zouden vinden. Maar het werd een mooie tijd en het gaf ons een hoop mogelijkheden om de Romeinen in Woerden beroemd te maken. DE ontdekking van de woerden 7 gebeurde enkele weken na de opgraving van DE Meern 1, waar wij mochten helpen met de publieksvoorlichting in de vorm van De Gave Graafdagen en RomeinsSchip.nl. Daar hebben we ook goed kunnen afkijken welke mogelijkheden een Romeins schip biedt. Over de Woerden 7 weten de lezers van deze blog waarschijnlijk voldoende. Voor mijzelf en enkele collegae zal het schip ons hopelijk blijven achtervolgen.

In het jaar 2003 maakten enkele wetenschappers een tussenstop bij Hazenberg Archeologie. Zo werkte de archeozoöloog Chiara Cavallo enkele maanden bij ons. Zodra zij echter goed was ingewerkt kwam voor haar de prachtige mogelijkheid om bij de Universiteiten van Leiden én Amsterdam onderwijs te geven en onderzoek te doen.

Heel bijzonder was het feit dat mijn goede vriendin Anne de Hingh bij mij kwam werken. Volgens mij vers uit Antwerpen, waar ze haar museum-avontuur had afgesloten. Ook zij heeft veel geholpen met het spektakel rond de Woerden 7. Vervolgens stortte ze zich met Wouter op het boek de Romeinen in Valkenburg. Waarover later meer.

Hans Siemons met hypermoderne (voor die tijd) mobiele telefoon. Erg handig.

Ja, zo is Wouter al genoemd. Direct na de opgraving van de Woerden 7 stapte hij over van het ADC naar Hazenberg Archeologie. Na overleg met accountant/virend Hans Bouwer. Wij wilden wel zeker investeren in zijn promotieonderzoek bij de VU over het Romeinse platteland. Voor hem een goede aanleiding om zich bij ons aan te sluiten. En stukje bij beetje kwamen de oude vrienden bijeen: Hans, Wouter en Tom.

2003 was ook het jaar waarin een aantal langdurige projecten begon, die inmiddels allemaal afgerond zijn. Uitwerking van de neolithische opgraving van Ypenburg (af in 2008), Romeinen in Valkenburg (af in 2005), Publicatie opgravingen Kerkplein (af in 2007) en promotie Wouter (af in 2008). En we laten we natuurlijk niet de uitwerking van de opgraving Hogeveld in Wateringsveld vergeten, die Hans zelfs pas in 2009 zou afronden. Deze langdurige projecten hebben lang een zware wissel op de medewerkers en het bedrijf getrokken. Maar inmiddels kijk ik geregeld trots naar de vele prachtige boeken dit het bedrijf heeft gemaakt. Ik hoop dat er nog vele zullen volgen.

 

2003

 

Het jaar waarin een Romeins schip voor veel spektakel zorgde. Maar daar was in het begin nog geen sprake van. De eerste maanden werd duidelijk dat Medel een heel bijzonder project was en veel energie zou vergen. Medel is een bedrijvenpark bij Tiel waar prachtige archeologie mogelijk was. Veel Bronstijd en Romeinse Tijd in een weids landschap met de Betuweroute op een steenworp afstand. Vreemd genoeg was de archeologie buiten het bestemmingsplan gehouden. Dat betekende dat Monica en ik zelf een archeologieprogramma konden bedenken. Vanwege het ontbreken van een verplichting wilde het bestuur – volledig te begrijpen – niet de hoofdprijs betalen voor de opgravingen. Aan ons dus de taak om keuzes te maken die toch zinnige resultaten opleverde. Ik vermoed dat hier de kiem is gelegd voor een aanpak die in 2011 mogelijk tot volle bloei zal komen. Over Medel volgend jaar meer.

 

We beleefden in die tijd veel avonturen met de inzet van Everhard Bulten bij ArcheoMedia. Daar werkte hij sinds een half jaar als senior. Hoewel we hoopvol begonnen aan de klus begonnen, bleken onze bedrijven toch geen gelukkige combinatie. Mijn bedrijf kwam uit de oude archeologie (ROB, universiteiten, studentikoos) en ArcheoMedia was een vertegenwoordiger van de ‘nieuwe archeologie’ en het initiatief van milieukundig adviesbureau Arnicon, dat mogelijkheden zag in de privatisering van de archeologie. Na negen maanden bood onze inbreng te weinig en bood het avontuur voor Everhard te weinig bevrediging. ArcheoMedia en Hazenberg Archeologie gingen uit elkaar. En toch had het een aantal zaken opgeleverd: negen maanden werk voor ons en een senior voor Archeomedia, veel levenswijsheid voor de partners en vooral een leerzame tussenstop voor Everhard met positieve gevolgen. Inmiddels is hij al weer oudgediende bij de gemeente Den Haag als projectleider Prehistorie.

 

En dan toch: de Woerden 7. Een hele fijne ontdekking. En dat terwijl juist ik met grote stelligheid in AD/Het groene hart had verkondigd dat we met zekerheid GEEN schip zouden vinden. Maar het werd een mooie tijd en het gaf ons een hoop mogelijkheden om de Romeinen in Woerden————– LINKIE————— beroemd te maken. DE ontdekking van de woerden 7 gebeurde enkele weken na de opgraving van DE Meern 1, waar wij mochten helpen met de publieksvoorlichting in de vorm van De Gave Graafdagen en RomeinsSchip.nl. Daar hebben we ook goed kunnen afkijken welke mogelijkheden een Romeins schip biedt. Over de Woerden 7 weten de lezers van deze blog waarschijnlijk voldoende. Voor mijzelf en enkele collegae zal het schip ons hopelijk blijven achtervolgen.

 

In het jaar 2003 maakten enkele wetenschappers een tussenstop bij Hazenberg Archeologie. Zo werkte de archeozoöloog Chiara Cavallo enkele maanden bij ons. Zodra zij echter goed was ingewerkt kwam voor haar de prachtige mogelijkheid om bij de Universiteiten van Leiden én Amsterdam onderwijs te geven en onderzoek te doen.

 

Heel bijzonder was het feit dat mijn goede vriendin Anne de Hingh bij mij kwam werken. Volgens mij vers uit Antwerpen, waar ze haar museum-avontuur had afgesloten. Ook zij heeft veel geholpen met het spektakel rond de Woerden 7. Vervolgens stortte ze zich met Wouter op het boek de Romeinen in Valkenburg. Waarover later meer.

 

Ja, zo is Wouter al genoemd. Direct na de opgraving van de Woerden 7 stapte hij over van het ADC naar Hazenberg Archeologie. Na overleg met accountant/virend Hans Bouwer. Wij wilden wel zeker investeren in zijn promotieonderzoek bij de VU over het Romeinse platteland. Voor hem een goede aanleiding om zich bij ons aan te sluiten. En stukje bij beetje kwamen de oude vrienden bijeen: Hans, Wouter en Tom.

 

2003 was ook het jaar waarin een aantal langdurige projecten begon, die inmiddels allemaal afgerond zijn. Uitwerking van de neolithische opgraving van Ypenburg (af in 2008), Romeinen in Valkenburg (af in 2005), Publicatie opgravingen Kerkplein (af in 2007) en promotie Wouter (af in 2008). En we laten we natuurlijk niet de uitwerking van de opgraving Hogeveld in Wateringsveld vergeten, die Hans zelfs pas in 2009 zou afronden. Deze langdurige projecten hebben lang een zware wissel op de medewerkers en het bedrijf getrokken. Maar inmiddels kijk ik geregeld trots naar de vele prachtige boeken dit het bedrijf heeft gemaakt. Ik hoop dat er nog vele zullen volgen.

2002: het échte begin

14 september 2010

In het begin 2002 reed ik regelmatig naar Alphen om de financiën voor het onderzoek naar het castellum te regelen en om de opgraving van de Nijmegenaren te volgen. Volgens mij was het nog de bedoeling dat ik de Archeologie Actueel, die in oerversie voor het publiek in Alphen is bedacht, nog tot het einde van de opgraving zou maken. Maar het project bleek een aflopende zaak, vanwege een verschil van inzicht tussen een aantal ingehuurde archeologen met een ROB/ADC-achtergrond, waaronder ik zelf dus, en de universiteit.

Ik heb het daar van de dissidenten het langst uitgehouden. Simpelweg omdat ik het geld nodig had, maar zeker ook omdat ik ervan overtuigd was dat onze ideeën tot betere resultaten zouden leiden. Al vroeg in het voorjaar eindigde de samenwerking. Ik herkende dezelfde machteloosheid als die ik bij het ADC had ervaren en begon in te zien dat sommige plaatsen gewoon niet geschikt voor mij waren. Op dat moment dacht ik dat het dan beter was weg te wezen dan te blijven, en vol te houden iets onmogelijks te bereiken. Zowel voor mij als voor anderen: het beste.

Voor het eerst werd de lol van een eigen bedrijfje zichtbaar. Ik kreeg mijn eigen werkzame leven onder controle. De afhankelijkheid van een leidinggevende ging over naar de afhankelijk van de vraag naar mijn kennis en kunde. En die had, en heb ik grotendeels zelf onder controle. Dus geen geklaag meer over anderen: alles wat mij overkomt, zowel het mooie als het moeilijke, dat komt door mij.  Die wetenschap zou de kern van de kracht van Hazenberg Archeologie gaan vormen.

Nog vaak reed ik met de  limes-boemel van Leiden langs Alphen, zonder er te uit te stappen. De weg voerde me naar Woerden.

Het moet in januari zijn geweest dat ik de kans kreeg om me in Woerden te presenteren. De grote opgravingen in het centrum stonden op het punt van losbarsten. Er was een organisator nodig. Met mijn ervaring bij de ROB, het ADC en het project in Alphen aan den Rijn dacht ik een kans te maken die rol te mogen vervullen.

Ik ontmoette Jan van Leer en deze kennismaking verliep goed. Ik mocht een offerte opstellen voor enkele voorbereidende werkzaamheden. En nog mooier, ze werd gegund en ik mocht beginnen aan een groot Romeins project! Op dat moment kon ik niet bevroeden welke mogelijkheden zouden ontstaan om alle aspecten van de archeologische monumentenzorg zo volledig en geïntegreerd  door te voeren. “Woerden” zal altijd een groot deel van de geschiedenis van Hazenberg Archeologie tekenen en nog regelmatig voorbijkomen in deze 10-jaar-herinneringen.

De eerste opgravingscampagne begon in juni van 2002. Voor die tijd hielp ik met het opstellen van het Programma van Eisen en de aanbesteding. Ook stelden Jan van Leer en ik een plan op waarin een compleet eindproduct werd geschetst onder de megalomane naam Totaalplan Archeologie Woerden Kerkplein. Vijf jaar later zouden we alles af hebben, en nog meer! Ik noem het graag het Succes van Woerden.

Van 2002 wil ik vooral de voorbeeldige samenwerking en het enthousiasme van alle betrokkenen en partijen memoreren: de archeologen, ambtenaren, amateurs, educatieve rondleiders en bewoners van Woerden. Het archeologische onderzoek was een groot feest. De resultaten waren nuttig maar niet spectaculair. Maar de Romeinse opgraving op het Kerkplein was een bindend element.

Toen de opgraving in Woerden zijn volle omvang bereikte kwam ging de telefoon. Vera XX van het projectbureau Medel (bij Tiel) belde me. Ze had mijn naam gekregen van Erik Graafstal en vroeg me een plan op te stellen voor het ontwikkelen van een archeologische vindplaats / bedrijventerrein. Natuurlijk kon ik dat en begon ik het zowaar druk te krijgen. Te druk zelfs.

Ik probeerde vergaderingen aansluitend in Woerden en Tiel te plannen. Maar dat lukte maar zelden. Daarbij werd Medel groter dan ik aanvankelijk dacht. Veel prachtige archeologie in een groot gebied, letterlijk in de schaduw van de Betuweroute. In juni belde ik Esther Vriens met de vraag of iemand mij kon helpen. Enkele dagen later ging de bel: Monica Dütting. Een leuk mens, archeoloog van het IPP, ervaring in de Betuweroute en al weer enkele jaren een baan bij een verzekeringsmaatschappij. Ze wilde wel weer terug naar de archeologie. Het werd een leuk gesprek en ik zag het wel zitten. Zij vroeg even bedenktijd, maar twee weken later was ze begonnen. Eerst nog via Vriens, een half jaar later in vaste dienst. Zo werd Monica Mrs. Medel en verloor mijn bedrijfje de vrijblijvendheid van een eenmanszaak. De keuze voor Monica is zeer goed uitgevallen, voor mij, voor het bedrijf en voor haar (dat laatste maak ik gemakshalve op uit het feit dat Monica nog steeds een centrale positie in het bedrijf inneemt).

Het begon druk te worden op de burelen van het jonge huiskamer-kantoor aan de Prins Hendrikstraat. Monica en ik zaten regelmatig samen aan onze bureau’s. Het feit dat het kantoor ’s avonds ook diende als mijn huiskamer en ik boven woonde leidde al snel tot hilarische situaties. Na twee weken kwam ik tot de conclusie dat kantoor buitenshuis een aanrader was. Via Evert van Ginkel hoorde ik dat naast hem een kantoor vrijkwam en weer twee weken later stond een groot aantal vrienden en mijn vader de Middelstegracht 89r te witten. Op 3 augustus zijn verhuisden we en zaten Monica en ik als twee directeuren in een prachtig kantoor. Volgens mij kregen we in die maanden ook een netwerk (door een bevriende compu-kid) in elkaar gezet,  dat tot op heden nog steeds draait.

De rest van het jaar leek wel een droom. ArcheoMedia zocht een senior-archeoloog en Everhard Bulten stapte over van ADC naar Hazenberg Archeologie. Dit kwam prachtig samen. Hans Siemons, mijn oude vriend met wie ik de opgravingen van Roomburg beleefde, vond het na zijn jaren bij de ACVU leuk om bij mij te komen werken. Eigenlijk een oude droom om samen mooie archeologie te maken. Tegelijkertijd vroeg Corien Bakker van Den Haag of ik niet mee wilde denken over de uitwerking van de opgravingen van het Wateringseveld. Hans is er tot de dag van vandaag bijna onafgebroken mee bezig.

In 2002 was het me gelukt. Hazenberg Archeologie Leiden bestond en had een toekomst. Veel drukte, veel spannende avonturen, bijna alles wat we deden kon ik voor het eerst op een eigen manier uitvoeren. Zowel in Woerden als Medel ontpopte zich een eigen visie op archeologie.

Het eigen bedrijf bracht veel spanning met zich mee, maar ook mogelijkheden. Zo vond ik elke week tijd om met mijn vader te zeilen en nog even samen met mijn moeder te eten. En natuurlijk brak met Selma een prachtig leven aan.

2001: een nieuw begin

17 augustus 2010

Met deze retrospectieve weblog blik ik terug op een decennium Hazenberg Archeologie. Zie het als de kleine memoires van Tom Hazenberg. Elke maand behandel ik een jaar uit de geschiedenis. Deze maand: 2001, een nieuw begin.

Op de klantendag die we in juli in Wijchen organiseerden, vroeg iemand mij of tien jaar Hazenberg Archeologie voorbij was gevlogen. Ik ontkende dat toen. En denk ik er nog zo over. Elk jaar had zijn eigen kenmerken: een bijzonder spektakel, een prachtige ontdekking, kleine drama’s. Alle tien de jaren waren dus volle en lange jaren die niet voorbij vlogen…

Eigenlijk begint het verhaal in december 2000. Aan mijn oude vriend Hans Bouwer vraag ik of ik het moet aandurven een eigen bedrijfje te beginnen. “Wat kan er nu eigenlijk gebeuren?”  zei hij, “Als het mislukt begin je toch gewoon opnieuw? “En daarbij zal het vast en zeker wel lukken.” Met de moed der wanhoop en gesterkt door zijn woorden, deed ik de ontslagbrief aan het ADC op de bus. Erop of eronder!

Het werd een hoopvolle kerst. Met mijn vader de spaarrekeningen verzilverd, een erfenisje van Tante Audie ingezet, de laatste beleggingsrekening geliquideerd. Tot aan de zomer moest ik het kunnen redden. Als eerste inschrijven bij de kamer van koophandel en met een groot enthousiasme zette ik de huiskamer vol met bureau’s, een mooie stoel en een NEC-laptopje. Laat nu de klanten maar komen!

Het voorjaar gebruikte ik om door Nederland te trekken en bekend te maken dat ik in te huren was. Vele bezoeken legde ik af. Ik ondervond echter een bekend fenomeen: je denkt dat je reeds allerlei prestaties hebt geleverd, maar de omgeving ziet jou toch als medewerker van een grotere instantie. Je individuele vaardigheden spelen nauwelijks een rol. Dus werd het een lang en karig voorjaar. Geen opdrachten. En ook geen uitzicht op werk.

Ja, één klus kreeg ik. Voor TGV Teksten en presentatie kon ik overal langs de Noordzeekust PlanArch informatiepanelen bezorgen. Den Haag, België, Noord-Frankrijk. Zelfs tot in Zuid-Engeland. Met mijn vader heb ik deze tocht met veel plezier volbracht. Maar toen viel het weer droog.

Het bleef zo rustig dat ik vanaf de zomer mee hielp in Café de Bontekoe ter vervanging van de eigenaar, die vanwege een ongeluk niet kon werken. Dat hielp me wel de zomer door. Maar financiëel werd de situatie hachelijk. Ik herinner me nog een rekensessie met mijn vader waarbij we de poging om het bedrijf op te starten nog konden rekken tot in november, maar dan moet er toch echt wel werk zijn.

Na de zomer kwam – wat later bleek – de verlossende opdracht. Ik mocht de Radboud Universiteit helpen met de financiële administratie en de publieksvoorlichting van hun opgraving in Alphen aan den Rijn naar het Romeinse castellum. De reden voor het feit dat ik werd ingehuurd was echter een trieste, namelijk het onverwachts overlijden van Jan Kees Haalebos. Dat zal ik niet vergeten.

Eindelijk kon ik dan zelfstandig mijn archeologische ervaring inzetten en daarmee ook mijn eigen naam opbouwen. Het eerste jaar kon ik goed doorkomen. De berekeningen die ik met mijn vader had konden de prullenbak in (niet gedaan, ze zitten nu nog in de bankmap van het bedrijf, ter herinnering). Hazenberg Archeologie Leiden was een feit. En het werk in Alphen aan de Rijn bood mij een goede introductie bij Jan van Leer in Woerden…

Disclaimer. Deze retrospectieve weblog bevat herinneringen. Elke gelijkenis met de werkelijkheid berust op zuiver toeval. Aan deze weblog kunnen geen rechten worden ontleend

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.